Van Moeders tot Moeders
 

Michelle (28): "Als ik nu voor een trein zou springen, dan zouden ze me even missen, maar na een tijdje komen ze er wel weer overheen"

Voordat ik mijn verhaal ging typen, vroeg ik me af of mijn verhaal zou passen bij de rest van de verhalen van Stichting Me Mam. Mijn depressieve klachten zijn namelijk niet na een bevalling of na het krijgen van mijn kinderen begonnen. Dit begon allemaal al jaren geleden, ik denk zo rond mijn 15e levensjaar. 

Toen vroeg ik niet om hulp bij mijn ouders, maar cijferde mezelf helemaal weg. Iets wat mijn moeder zichzelf kwalijk neemt met de uitspraak "Het ondergesneeuwde kind". Ik begrijp het wel. Ze had het druk met mijn iets oudere broer en mijn jongere zusje. Bovendien ging het met mijn vader lichamelijk niet goed. Ik hield mezelf bezig en uitte me bij mijn vriendinnen. 

In 2005 ontmoette ik John, ik was toen 17. We hadden al een tijdje contact en hebben elkaar uiteindelijk ontmoet. Het klikte meteen. Bij hem kon ik mijn ei kwijt. Mijn moeder blijkbaar ook, want John wist eerder dan ik dat mijn ouders gingen scheiden. Hij mocht van haar niets zeggen, maar deed dit wel. Het ging toen al best slecht met me. Mijn opleiding (sociaal pedagogisch werk) paste niet bij me, mijn bijbaan in de supermarkt zegde ik op en nu gingen ook mijn ouders nog eens uit elkaar. Door mijn moeder wilde ik niet geknuffeld worden, haar aanraking voelde als verstikkend. Het enige wat ik wilde, was het huis uit. 

In januari 2007 ben ik met John op kamers gaan wonen. Daar was ik tenslotte al aan het studeren. Hoewel, van studeren kwam het amper. Ik meldde me behoorlijk vaak ziek. Mijn stage verwaarloosde ik, net als de opdrachten en de lessen op school. En net als al mijn vriendschappen. Ik wilde maar één dingen en dat was thuis blijven en op de bank hangen. Totdat de begeleider op de stageplaats mij na de zoveelste ziekmelding vertelde dat dit zo niet meer door kon gaan. Huilend aan de telefoon probeerde ik het uit te leggen, maar er was geen begrip. Mijn stagebegeleidster had aangegeven geen persoonlijke verhalen aan te willen horen, dus ook bij haar kon ik niet terecht. Dit stak me als een mes in het hart. 

Ik zocht hulp en al snel kwam ik bij een hele lieve psychologe terecht. Van haar moest ik realistisch leren denken. Mijn gedachten wáren niet realistisch, en gingen inmiddels automatisch de negatieve kant op. Ik moest stap voor stap opschrijven wat ik dacht, en hoe ik daar op verder dacht. Dit gingen we samen analyseren en realistisch maken. Dat hielp me echt enorm. Net als de assertiviteitstraining. Ik leerde voor mezelf opkomen en ‘nee’ durven zeggen. Uiteindelijk werd er een diagnose vastgesteld: chronische dysthymie. De psychologe legde uit, dat als je je een 0-lijn voorstelt, wat neutraal is, ik eigenlijk altijd onder die 0-lijn zat. Eigenlijk voel ik me altijd een beetje down, kan soms wat negatiever overkomen en ben gevoelig voor depressieve klachten. Het was een verademing. Nu kon ik het een plekje geven en beginnen met het accepteren ervan.

Gedurende de therapie ben ik alsnog geslaagd voor mijn opleiding, ben ik in 2010 getrouwd en werd ik zwanger van mijn eerste dochter. Het ging goed met me. Ik was nog steeds niet heel erg uitbundig en vooral hard bezig met mezelf te leren kennen. Drie jaar later kregen we onze tweede dochter. Een goede zwangerschap, prima bevalling en de borstvoeding lukte. Alles ging prima en ik zat op een roze wolk. 

En toch, na een paar maanden ging het ineens hard achteruit met mezelf. De foto's van die kerstdagen doen me tot op heden pijn. Ook al had ik alle ingrediënten voor geluk, ik was het simpelweg niet. Sterker nog, ik dacht: "Als ik nu voor een trein zou springen, zouden ze me even missen, maar na een tijdje komen ze er wel weer overheen". Ik wist dat deze gedachte niet goed was. Echt de grootste onzin die er bestaat. Zelf was ik helemaal niet begripvol als het gaat over suïcide, en vond het allemaal heel erg egoïstisch. Maar nu heb ik het zelf ondervonden en zoiets kun je jezelf dus wel degelijk aandoen. Ik was met mijn gedachten echt niet bezig met de realiteit. 

Ik trok direct aan de bel. Via de huisarts kwam ik in gesprek met een vrouw die in de GGZ werkte. In de periode dat ik gesprekken had met de psychologe was medicatie voor mij niet niet nodig. Bovendien zag ik alleen maar de nadelen. Termen zoals ‘zombie’ en ‘gevoelloos’ hielden me tegen. Dit keer niet, ik wilde juist niets meer voelen. Want datgene wat ik nog voelde, was een schuldgevoel en verdriet. Dus begon ik aan antidepressiva die gecombineerd kon worden met borstvoeding. Die combinatie was voor mij erg belangrijk, het gaf me reden om er nog te zijn. Het waren de lichtpuntjes in de troosteloze dagen. 

Ondertussen ging het leven door en had ik weer contact met de bedrijfsarts. Hij moest constateren dat er echt iets aan de hand was en dat ik niet gelogen had. Ik kan me verder erg weinig herinneren van die periode, maar wat ik nog wel goed weet is het moment dat ik op mijn werk was om afscheid te nemen. Mijn contract liep af en ik zou niet meer terugkomen. Thuis had ik mezelf zo mooi mogelijk aangekleed, omdat ik mezelf al zo verschrikkelijk voelde en ontzettend zenuwachtig was. 

Tijdens het afscheid raakte ik in gesprek met een vrouwelijke collega die zei dat ze het niet begreep. Ik had toch alles wat ik wilde? Zij vertelde dat ze net twee mensen was verloren die haar erg dierbaar waren. Ik zei nog hakkelend dat ik er niets aan kon doen en dat het me overkomen was. Ik wilde mezelf verdedigen, maar kon het niet, want ik begreep het zelf ook niet. Depressie is ook moeilijk te begrijpen als je het zelf nooit hebt meegemaakt. En het was zeker niet helpend voor me om haar verwijt aan te horen. Ik liep met lood in mijn schoenen weg en met een herinnering wat me altijd het gevoel zal geven alsof er een steen op mijn maag ligt. Er was zo ontzettend veel onbegrip.

Uiteindelijk heb ik ruim een jaar antidepressiva genomen en ben ik gaan afbouwen op advies van mijn huisarts. Vol vertrouwen zei ze: "Michelle, jij kan het! Ik weet het zeker." Ik ben gaan afbouwen en ik voelde me na de vervelende ‘afkickperiode’ nog steeds dezelfde persoon als mét medicatie. Er kwamen genoeg gebeurtenissen waardoor ik in onbalans had kunnen raken, maar dat gebeurde niet. In juni 2015 ben ik volledig gestopt en nog steeds gaat het alleen maar vooruit. Ik ben er vele malen sterker uit gekomen en ik ben onwijs trots op mezelf. Pas nu weet ik dat ik niet alles meer persoonlijk moet opvatten en kan ik dingen beter van me af laten glijden. 

Toch hoort daar nog wel een nodig muurtje om mijn hart bij, maar dat is pure zelfbescherming. Er zit namelijk een beschadigd hart achter, wat gelukkig geknuffeld wordt door de liefste man en de liefste kindjes op aarde. Dit is wie ik ben. En ik ben dik tevreden.
 
Wat ik graag wil meegeven aan andere moeders is dat het belangrijkste is dat je van jezelf leert te houden. Schaaf jezelf zo nodig bij. Wees lief voor een ander, spreek geen onnodig kwetsende woorden uit. Je kan aan de buitenkant niet zien hoe iemand zich voelt, en er hoeft ook geen reden te zijn wáárom iemand zich zo voelt. Wees er voor hen. 

Wat je zaait, zal je oogsten. Laat dat dan maar een beetje warmte en liefde zijn...

Liefs, Michelle

Dit verhaal is geschreven door Michelle en gepubliceerd op 1 maart 2017.